Het Karakter van de bij

http://www.vegzeist.nl/index.html?/bijbelstudie_BIJvoorbeelddeel1.htm

Karakter van de bij.

De bij is een insect, kent geen gevoel of emoties, handelt naar instinct. Toch is de bij als wezen wel te karakteriseren: Onbaatzuchtig, geen eigenbelang

Als zij in het volk terugkomt, is het eerste dat ze doet, haar buit (de nectar of stuifmeel) afgeven aan een collega-bij
En de menigte van hen, die tot het geloof gekomen waren, was een van harte en ziel, en ook niet een zeide, dat iets van hetgeen hij bezat zijn persoonlijk eigendom was, doch zij hadden alles gemeenschappelijk
(Ha. 4: 32) een in liefdebetoon, een van ziel, een in streven, zonder zelfzucht of ijdel eerbejag, doch in ootmoedigheid achte de een de ander uitnemender dan zichzelf en ieder lette niet slechts op zichzelf (Fil 2:2)

Gericht op het geheel, op het grotere verband

Gij nu zijt het lichaam van Christus en ieder voor zijn deel leden (1 Kor. 12:27)

Schoon/rein

Alle rotzooi wordt naar buiten gebracht, bijen zijn erg schoon. De reinheid start met de moer, zij moet overbrengen aan het volk hoe het moet. Vergiftigde bijen worden bijvoorbeeld niet toegelaten in de kast om te voorkomen dat er vergiftigde honing binnenkomt. Stervende bijen, grassprietjes, stukjes was, etc. wordt allemaal naar buiten gebracht.
Doet, wie niet deugt, uit uw midden weg
(1Kor. 5:13).
De Here Jezus veegt ook de tempel schoon, want alle vuiligheid moet weg. Dan kon de tempel functioneren waarvoor hij bedoeld was: als huis van gebed.
Daar wij nu deze beloften bezitten, geliefden, laten wij ons reinigen van alle bezoedeling des vlezes en des geestes en zo onze heiligheid volmaken in de vreze Gods
(2Kor. 7:1)

Omzien naar elkaar, medelijden

Als je een kast open maakt, probeer je zoveel mogelijk bijen te sparen, maar vrijwel altijd zitten enkele bijen klem. Het komt voor dat er dan een aantal bijen omheen komt staan om te troosten of te helpen.
Als één lid lijdt, lijden alle leden mede, als één lid eer ontvangt, delen alle leden in de vreugde
(1Kor 12:26).

Toekomstgericht, altijd gericht op morgen

Wij verwachten echter naar zijn belofte nieuwe hemelen en een nieuwe aarde, waar gerechtigheid woont (2 Petr 3:13)

Opoffering

Niemand heeft grotere liefde, dan dat hij zijn leven inzet voor zijn vrienden. (Joh. 15:13)

Nooit onenigheid

Maar weest jegen elkander vriendelijk, barmhartig, elkander vergevend, zoals God in Christus u vergeving geschonken heeft. (Ef. 4:32)